11 september
Wel dus!
Deze dag zijn we in de meest geavanceerde, comfortabele en supersnelle trein van de wereld van Nagasaki naar Hiroshima gereisd. Deze trein ziet eruit als een witte slang die door het landschap snijdt. Yvonne had er liefst altijd wel in willen blijven zitten.
In Hiroshima moesten we een paar uur wachten op onze aansluiting, het boemeltje naar de veerboot van Miyajima, dus we zijn even de stad in gegaan. Super-heet-zweet-weer weer. Een marktje bekeken met verse vis en toestanden, tevergeefs op zoek naar een terras. De rivier die Hiroshima in twee delen splitst stond grotendeels droog. Niet zo’n bijzondere stad op het eerste gezicht.
In de trein naar de veerboot een vreselijk aardige mevrouw ontmoet, die zelf op het eiland woont, en erg goed Engels sprak. Dat hadden we nog niet meegemaakt! Op de vraag op zij misschien een lerares Engels was antwoordde ze lachend: “Oh no, I’m just a housewife!”. Op de boot paste zij op onze bagage zodat we op het hoogste dek naar het uitzicht konden gaan kijken.
En wat we zagen was Miyajima, een compleet heilig eiland, gemarkeerd door een 16 meter hoge Torii, een vermiljoen-rode poort van een tempel. Daar aangekomen werden we in de hal van de terminal meteen begroet door een school tamme herten die lekker de hele dag landkaarten, kleding en boeken eten.
Vervolgens stapten we in de microbus van het hotel, die niet zou misstaan in een spiksplinternieuwe aflevering van Wedden Dat?. Er konden zeker 30 Japanners en 3 Nederlandse dames in de bus. En die drie hadden ook nog hun tassen bij zich! Inclusief kakelende en gierende passagiers, pruttelde de bus langs diepe ravijnen de berg op.
Bij het hotel stonden drie in prachtige kimono’s gestoken Japanse dames ons buigend op te wachten. De arme schatten droegen als vanzelfsprekend onze loodzware koffers. Yvonne probeerde als een ware gentleman een dame ervan te overtuigen dat ze dat echt niet hoefde te doen, maar het gedienstige meisje kroop bijna weg achter de koffer om haar excuses te maken! “Oh, oh, solly, solly, solly, I’m so solly!!”
In dit poepie-chique hotel/resort hadden we een ryokan, een Japanse kamer geboekt. Dit bleek een geweldig mooi soort appartementje te zijn, met tatami-matten op de vloer, schoenen uit, kimono’s, schuifdeuren met rijstpapier etc. Zoals Gerard Joling ooit zo krachtig bezong. En een alleraardigst meisje schonk ons eerst een kopje groene thee in en legde alles uit. Buigend en op haar knieen liet ze ons uiteindelijk sprakeloos achter.
Ybon-san en ik togen vervolgens naar de poort en de zee, daar kwamen we Mark weer tegen die in een ander guesthouse zit. Biertjes gekocht en op een stenen trap –die tijdens vloed behoort tot de zee- een ongelooflijke zonsondergang genoten. Hysterisch, onbeschrijflijk, hemels. Wat een kleuren! Fluorescerend roze met een lila zee. Geen enkele foto geeft het goed weer. Waanzinnig. En lastig gevallen door een nest herten wederom.
Daarna heel spannend gegeten in de luxe dining room van het hotel. Alhier de allergrootste schat van Japan en omgeving ontmoet. Het was ons opgevallen dat sommige serveersters nogal worden afgekat door ‘hogere’ serveersters en mannen. We maakten een praatje met het meisje dat ons hielp, zij bleek een Chinese te zijn, die Japans studeerde, in het hotel werkt en enorm heimwee heeft. En wij vonden haar natuurlijk geweldig en dat hebben we dan ook gezegd. Ze begon nog harder te stralen dan ze al deed en werd een beetje verlegen. De rest van ons diner voelde je haar al ver van te voren aan komen schuifelen, zo straalde ze. Prachtig.
Nog genoten van een zwoele zomeravond met frisse gouden drankjes met blonde kragen.
Momenteel geen reacties
Nog geen reacties.
RSS met reacties TrackBack identificatie URI
Plaats een reactie


