september 24, 2007
Categorieën: 1 . . Auteur: galeriebuuf . Comments: Laat een reactie achter

VOLG DE AVONTUREN VAN 12 T/M 19 SEPTEMBER VERDER OP :
www.galeriebuufinjapan2.wordpress.com
12 september.
Wakker geworden op onze dunne Japanse matjes op de grond. Ik vond het desondanks heerlijk slapen, Ybon-san was minder tevree. Sterker nog, compleet gebroken.
Desalniettemin, ons serveersters-lieveling stond om 8 uur klaar met een Westers ontbijt. Na een eerdere Japans-ontbijt-ervaring hadden we besloten nu maar eens voor koffie, toast en ei te kiezen. Een verse octopus zorgt namelijk dat je nuchtere maag ogenblikkelijk verandert in een draaiende. Vervolgens werden alle winkelstraatjes van het kleine eiland uitgekamd.
Een onmiskenbaar grote betekenis heeft Miyajima voor de wereld gehad: de rijstlepel werd hier bedacht. Die waren er dan ook in alle kleuren en maten te vinden.
Na het shoppen gingen we op pad, in een busje, naar een kabelbaan die ons hoog de bergen in zou brengen. Ybon-san, groot in vele dingen, vond dit toch een beetje eng. Maar daar gingen we: hoog boven de bomen met een waanzinnig uitzicht en gevaar voor eigen leven op weg naar een plek waar wilde apen leven.
Uitgestapt, Yvonne groeide weer, bleek er nog een kabelbaan te zijn! Maar liefst 15 man per bakje op 500 meter boven de grond! Er hing een bordje: “If ropeway suddenly stops, f.e. due to electric failure, there’s no danger at all.” En “Please wait quietly for a while in case of emergency”. Vooral dat ‘for a while’ vonden wij heel verstandig.
Alles ging goed. We kwamen aan, boven op de berg Mt. Minsen, waar leven bleek te zijn.
VOLG DE AVONTUREN VAN DAG 12 (deel 2) T/M 19 SEPTEMBER VERDER OP :
www.galeriebuufinjapan2.wordpress.com
11 september
Wel dus!
Deze dag zijn we in de meest geavanceerde, comfortabele en supersnelle trein van de wereld van Nagasaki naar Hiroshima gereisd. Deze trein ziet eruit als een witte slang die door het landschap snijdt. Yvonne had er liefst altijd wel in willen blijven zitten.
In Hiroshima moesten we een paar uur wachten op onze aansluiting, het boemeltje naar de veerboot van Miyajima, dus we zijn even de stad in gegaan. Super-heet-zweet-weer weer. Een marktje bekeken met verse vis en toestanden, tevergeefs op zoek naar een terras. De rivier die Hiroshima in twee delen splitst stond grotendeels droog. Niet zo’n bijzondere stad op het eerste gezicht.
In de trein naar de veerboot een vreselijk aardige mevrouw ontmoet, die zelf op het eiland woont, en erg goed Engels sprak. Dat hadden we nog niet meegemaakt! Op de vraag op zij misschien een lerares Engels was antwoordde ze lachend: “Oh no, I’m just a housewife!”. Op de boot paste zij op onze bagage zodat we op het hoogste dek naar het uitzicht konden gaan kijken.
En wat we zagen was Miyajima, een compleet heilig eiland, gemarkeerd door een 16 meter hoge Torii, een vermiljoen-rode poort van een tempel. Daar aangekomen werden we in de hal van de terminal meteen begroet door een school tamme herten die lekker de hele dag landkaarten, kleding en boeken eten.
Vervolgens stapten we in de microbus van het hotel, die niet zou misstaan in een spiksplinternieuwe aflevering van Wedden Dat?. Er konden zeker 30 Japanners en 3 Nederlandse dames in de bus. En die drie hadden ook nog hun tassen bij zich! Inclusief kakelende en gierende passagiers, pruttelde de bus langs diepe ravijnen de berg op.
Bij het hotel stonden drie in prachtige kimono’s gestoken Japanse dames ons buigend op te wachten. De arme schatten droegen als vanzelfsprekend onze loodzware koffers. Yvonne probeerde als een ware gentleman een dame ervan te overtuigen dat ze dat echt niet hoefde te doen, maar het gedienstige meisje kroop bijna weg achter de koffer om haar excuses te maken! “Oh, oh, solly, solly, solly, I’m so solly!!”
In dit poepie-chique hotel/resort hadden we een ryokan, een Japanse kamer geboekt. Dit bleek een geweldig mooi soort appartementje te zijn, met tatami-matten op de vloer, schoenen uit, kimono’s, schuifdeuren met rijstpapier etc. Zoals Gerard Joling ooit zo krachtig bezong. En een alleraardigst meisje schonk ons eerst een kopje groene thee in en legde alles uit. Buigend en op haar knieen liet ze ons uiteindelijk sprakeloos achter.
Ybon-san en ik togen vervolgens naar de poort en de zee, daar kwamen we Mark weer tegen die in een ander guesthouse zit. Biertjes gekocht en op een stenen trap –die tijdens vloed behoort tot de zee- een ongelooflijke zonsondergang genoten. Hysterisch, onbeschrijflijk, hemels. Wat een kleuren! Fluorescerend roze met een lila zee. Geen enkele foto geeft het goed weer. Waanzinnig. En lastig gevallen door een nest herten wederom.
Daarna heel spannend gegeten in de luxe dining room van het hotel. Alhier de allergrootste schat van Japan en omgeving ontmoet. Het was ons opgevallen dat sommige serveersters nogal worden afgekat door ‘hogere’ serveersters en mannen. We maakten een praatje met het meisje dat ons hielp, zij bleek een Chinese te zijn, die Japans studeerde, in het hotel werkt en enorm heimwee heeft. En wij vonden haar natuurlijk geweldig en dat hebben we dan ook gezegd. Ze begon nog harder te stralen dan ze al deed en werd een beetje verlegen. De rest van ons diner voelde je haar al ver van te voren aan komen schuifelen, zo straalde ze. Prachtig.
Nog genoten van een zwoele zomeravond met frisse gouden drankjes met blonde kragen.
10 september
Na het ontbijt hebben we het transport geregeld voor onze grote koffers. Morgen vertrekken we namelijk uit Nagasaki en het is in Japan normaal dat je je bagage vast vooruit stuurt, zodat je niet zelf hoeft te sjouwen. Erg handig, want onze volgende bestemming bereiken we door twee verschillende treinen en een veerboot.
Met een schattig trammetje gingen Ellen, Yvonne en ik naar het Atomic Bomb Museum en het hypocentrum. Een absolute must natuurlijk, als je dit niet bezoekt ben je niet in Nagasaki geweest. Een vreselijk indrukwekkend bezoek werd dit. Het museum en de Memorial Hall zijn prachtig ontworpen, de vele foto’s, getuigenissen, schaarse overblijfselen, geschiedenisfeiten en replica’s laten je niet koud.
Ook het monument, op de precieze plek waar de bom gevallen is, en het besef dat je in een enorme krater loopt is om stil van te worden. Men dacht dat in deze stad, zo groot als Utrecht, 75 jaar niks meer zou kunnen groeien. Dat is op zich goed gekomen, hoewel er meer dan 140.000 doden zijn gevallen.
Naast het hypocentrum ligt het vrij grote ‘Peace Park’. Met een enorm bronzen beeld en van vele landen uit de wereld een geschonken kunstwerk. Die van zusterstad Middelburg is er jammergenoeg niet een om trots op te zijn…
Maar goed, na urenlang in het museum te zijn geweest, terug naar het centrum van de stad. Daar rondgewandeld: ‘Hollander Slope’ (een straatje met koloniaal aandoende huizen), boeddhistische tempel bezocht, Chinese tempel gezien en uiteindelijk een bezoek gebracht aan Glover Garden. Een door een naar Japan geemigreerde Schot aangelegde tuin met uitzicht op de baai en haven. Deze meneer Thomas Glover is een erg belangrijke Japanse zakenman geweest in de 19e eeuw. In zijn tuin niet alleen een prachtige zonsondergang beleefd, maar ook een roedel flinke karpers gevoerd!
Uiteraard ’s avonds weer geweldig (beste diner van de reis tot nu toe!) gedineerd op sokken met stokken.
Morgenochtend heel vroeg op om de trein te halen. We gaan 2 dagen Japans verblijven in Mijayima, dus we weten niet wanneer we weer kunnen internetten. Maar we gaan het zeker proberen! Hopen dat het zeer spannende sumo-worstelen op televisie ons niet wakker houdt vannacht…
Nagasaki 9 september
Deze dag zijn we met z’n vieren begonnen, ontbeten in de zon met een heuse Starbucks-koffie en broodjes van een geweldige bakker. Na alle vis is een croissant goddelijk.
Daarna zijn Yvonne (inmiddels Ybon-san) en ik bezig geweest om het weblog bij te werken. Ja, lieve kijkbuiskindertjes, jullie worden niet vergeten!
Mark is hier vorig jaar al geweest, vandaar dat de meeste typisch-Nagasaki-uitjes alleen Ellen, Yvonne en mij betreffen.
Zo hebben we gedrieën Dejima bezocht, een piepklein (50 bij150 meter) kunstmatig eiland dat in 1636 is gesticht en waar jarenlang Nederlandse handelaren en scheepslui hebben gewoond. Deze Nederlandse enclave werd geisoleerd gehouden om het Christendom niet aan het vaste land te laten komen. Dit was de enige poort naar de Westerse wereld voor heel Japan. Via Dejima brachten de Nederlanders westerse medische kennis, planten, voedsel, en meer belangrijke zaken als biljart en badminton Japan binnen. De hond kon zelfs als huisdier worden gebruikt!
Grappig dat veel straatnamen en huizen in Nagasaki refereren aan de Nederlanders. Of liever, jarenlang zijn alle Europeanen hier ‘Hollanders’ genoemd! Zo wordt op alle Nederlandse feestdagen de vaderlandse driekleur in de baai gehesen. Gek dat zo’n klein land (Tokio heeft meer inwoners dan heel Nederland!) zoveel heeft betekend wereldwijd. En nog steeds doet trouwens. De expositie werd niet voor niets hier gehouden, Nagasaki heeft echt een band met Nederland.
Op een reproductie van een plaquette met de namen van alle ‘chiefs’ van Dejima (het origineel hangt in het Rijksmuseum) staat een naam die even vermeld moet worden. Vanaf 1753 is ene ‘David Boelen’ 3 jaar de baas van Dejima geweest. Dat moet wel een flinke stoere lefgozer zijn geweest, ver van huis, niet bang voor water en in voor het avontuur! Nou weten we ook waar Yvonne haar expansiedrift vandaan heeft, het bewijs is geleverd!
Om 17 uur werden we verzocht aanwezig te zijn in het museum, alwaar de expositie ten einde liep. Daar aangekomen goed nieuws: er waren enorm veel bezoekers geweest en de expositie was een groot succes verklaard!
We waren erg blij om dit te horen. Reacties van bezoekers en de directeur van het prachtige museum waren superpositief en het stuk in de krant had iedereen gelezen. Ook de televisieploeg van Ellen was nog langs geweest! De ‘opruimploeg’ van het transportbedrijf stond al klaar om alle schilderijen weer vakkundig te verpakken en wij moesten nog met al het personeel op de foto.
Alle Japanners waren weer vreselijk aardig en ook al is de communicatie vaak met handen en voeten, er is uitgehaald wat er in zat. Yvonne heeft voor elke deelnemende kunstenaar nog een naambordje, inclusief de Japanse vertaling, mee kunnen nemen. Een behoorlijke opluchting dat na meer dan drie maanden keihard werken alles is geslaagd.
’s Avonds zijn we weer heerlijk uit eten geweest. Alles lijkt hier wel om eten te draaien, wanneer je op straat kijkt of zapt op de televisie, eten is overal. Maar het is altijd vers en ziet er prachtig uit.
De haven in de baai van Nagasaki is in het donker schitterend om te zien. De laatste vissersboten komen binnen en je hangt met je voeten over de rand van de zee. Nagasaki is een zwoele, rustige, vredige stad op zondagavond.

8 september
Na de lekkerste koffie van de wereld gingen Yvonne en ik naar het bizarre Holland in de bergen: ‘Huis Ten Bosch’, het op ware grootte nagebouwde Nederland-pretpark, met de opdracht om te kijken of cafe ’t Smalle er nog is.
Op het station nog even de Japanse ‘Asahi’-krant gekocht. En jawel! Op pagina 30, de Japanners lezen hun krant van achter naar voren dus dat is een heel goede plaats, zagen we de glunderende gezichten van Mark en Yvonne prijken tussen het laatste Japanse nieuws en de dood van Luciano Pavarotti. Alleen konden we de ernaast geschreven tekst natuurlijk totaal niet ontcijferen, maar we vonden het wel hele mooie letters.
Gelukkig kwam er een zeer vrolijke Japanse meneer genaamd Honda ons al snel te hulp. Hij bleek een leraar Engels te zijn en hij kon nog veel van ons leren. Tijdens onze prachtige treinreis langs de zee vergezelde hij ons en lachen kon hij als geen ander.
Aangekomen op station ‘Huis ten Bosch’ is meteen het Centraal Station, molens en de Dom te zien. Je weet niet wat je ziet! Mocht je willen weten hoe het Centraal Station er zonder steigers eruit zien, dan moet je hier zijn! Het park is compleet met groenteveiling uit Broek op Lange Dijk, Volendamse verkleedpartijen, kaasmakerij, rondvaartboten en molens.
Een krankzinnig park, een bizarre belevenis. Erg goed en uiteraard cliche gedaan.
Alleen jammer dat het meisje in het Escher-filmpje een dirndl-pakje droeg en het watermeisje in de Alpen liep! En cafe ’t Smalle was helaas niet te vinden! Wel een haast onbeschrijflijke belevenis. En het is wel duidelijk wie wereldwijd de bekendste Nederlander is: Nijntje Pluis.
Terug in de stad na ons avontuur bleek Ellen op straat te zijn geinterviewd door een televisieploeg van Nagasaki AT5. NaT5 of zo. Ze vroegen haar, via Engelse vragen op bordjes, wat ze doet in Nagasaki en hoe ze de Japanners vindt. Uiteraard heeft Ellen zo nog flink reclame gemaakt voor de expositie. Allemaal kijken naar Kort Nagasakies deze week dus! Het wordt uitgezonden op 18 september NBS Osaka en Tokio televisie.

’s Avonds sushi en tempura gegeten en een nachtwandeling gemaakt.
We kwamen toevallig bij een waanzinnig mooie, oorspronkelijke Chinese, tempel. Erg indrukwekkend.
Op onze zoektocht naar een leuk cafeetje hebben we de stoute schoenen aangetrokken en zijn we een gebouw ingegaan waarin allerlei kleine kroegjes verscholen zijn. Je weet dan echt niet waar je terecht komt. Vier Japanse dames begonnen dan ook ogenblikkelijk te gillen en te rennen toen Mark zijn hoofd om de hoek stak en hard ‘Soe-Mie-Ma-Sen!’ riep. En werd meteen een nieuw vat bier aangesloten en Japanse mix op tafel gemikt. De gastdames van dit 15 vierkante meter kleine barretje kwamen gezellig bij ons zitten en binnen 3 minuten wisten zij wie er van ons nog vrijgezel was en hadden we een microfoon in de hand. Mark zong onnavolgbaar ‘Hello Goodbye’, ondersteund (of liever in de war gebracht) door het percussiespel van de vrijgezelle bardame. De tamboerijn is duidelijk niet een Japanse uitvinding. Tranen met tuiten gelachen, iedereen prachtig gezongen. En hoewel een vreemde Japanse ‘romanticus’ ons probeerde te verleiden eindeloos sake te drinken konden we op tijd ontsnappen.
Nagasaki 7 september
Om 10 uur ’s ochtends hadden we een afspraak in het museum. De televisieploeg stond klaar!
Nadat Yvonne beeldig in het Japans, waarschijnlijk met lichtelijk Noord-Hollands accent, had verteld wie ze was en dat vooral iedereen naar de expositie moet komen, werden er nog foto’s gemaakt van ons allemaal. Dit was bedoeld als sfeerbeeld voor de catalogus van het museum en de organisatie. Deze komt echter pas over drie maanden uit en krijgen we opgestuurd.
De fotograaf, met mooie grijze manen, nam zijn taak bloedserieus en had af en toe een minuutje voor zichzelf nodig. Hij liep dan peinzend en mompelend in zichzelf te ijsberen of ging met zijn hoofd in zijn handen hurkend bedenken vanuit welke positie hij moest schieten. Nou, we zijn erg benieuwd naar het resultaat. Dat moet wel kunst worden.
(kijk voor een volledige fotoreportage van de tentoonstelling bij “expositie Window to the World”)

Nadat aan de publicitaire verplichtingen was voldaan werden we uitgenodigd door Mister Ohashi voor een typisch Japanse lunch. De fotograaf ging ook mee. Avontuurlijke eters als wij allemaal zijn, waren er toch enkele kippenvel-hapjes. Sommige dekseltjes gingen dan ook weer snel dicht. Mister Ohashi’s gezicht was ook erg grappig toen hij de kado gekregen drop proefde.
Afscheid genomen, met spannende toekomstperspectieven en met volle tevredenheid, moest Mister Ohashi duimen dat zijn vliegtuig naar Tokio wel zou gaan, aangezien daar inmiddels Typhoon nr.10 behoorlijk huishoudt.
Vervolgens zijn we met z’n vieren een boottocht gaan maken in de haven van Nagasaki. Supermooi weer. Langs de enorme fabrieken van Mitsubishi gevaren, waar onder andere gigantische containerschepen worden gebouwd.
In de Dejima Wharf op een lekker terras aan het water heerlijke biertjes gaan drinken, de zonsondergang bekeken en uiteindelijk uren later besloten ook daar te gaan barbequen op tafel.
Nagasaki 6 september 2007
Japan is ontzettend schoon, de mensen erg vriendelijk en gedienstig. Soms zelfs bijna ontroerend, soms zelfs wat genant. Des te vreemder voor ons, dat je geen fooi mag geven. Ook wel weer makkelijk, want het rekenen in yen is nog wel wennen. Al die overbodige hoeveelheden nullen!
Vanmorgen na een heus Japans ontbijt (sushi, rijst, zeewier, ondefinieerbare groente en hele groene thee etc.) net op tijd de trein naar Nagasaki gehaald. Mark zat ook in deze trein.
De eerste beelden van het Japanse landschap gezien: rijstvelden, schots en scheve vrijstaande huizen, honkbalvelden, bamboebossen en enorm veel elektriciteitsdraden.
We verblijven in het Holiday Inn in Nagasaki, alwaar we met een taxi naartoe werden gebracht. Mooie taxi’s hier, met keurig witte stof over de stoelen, chauffeurs met petten en witte handschoenen die vanachter het stuur de achterdeuren kunnen bedienen.
Vervolgens heeft Yvonne een Japanse hotelbediende het museum laten bellen, want het was ons nog steeds niet duidelijk wat er nou precies van ons verwacht werd. En wanneer de opening zou zijn. Maar telefonisch werden we niks wijzer. Sterker nog, het klonk allemaal nog vager dan het al was geweest!
Met z’n vieren zijn we naar het Museum of History & Culture gelopen en godzijdank kwam alles goed. Er waren wel 30 mannen keihard aan het werk om de expositie in te richten. Fijn om alle Nederlandse werken daar te zien. En wat een enorm museum! Echt waanzinnig groot en heel erg mooi. Het ziet eruit als een echt internationaal modern museum. Bijzonder hoor!
De man waar Yvonne maandenlang moeizaam mee had onderhandeld bleek een aardige vent te zijn, van ongeveer dezelfde leeftijd en hij sprak nog Engels ook.
Perfecte timing onzerzijds, want er was net een journalist/fotograaf op komst van een van de grootste landelijke kranten die Yvonne graag wilde interviewen en de kunstenaars op de foto wilde zetten.
Voorafgaand aan het interview voor het eerst het visitekaartjes-ritueel gedaan. Het gesprek ging veel over de verhouding tussen Holland en Nagasaki, en de vraag wat Yvonne daarvan vond. Nou, ze vond het prima.
Als het gaat over Holland (Dejima, Holland Village) en Nagasaki gaat het alleen over vroeger. We hebben de verhouding naar het heden getrokken door zowel de Nederlandse als de Japanse jongere generaties door kunst te laten communiceren. Morgen of overmorgen staat het in de krant, met foto.
Grappig te merken dat de journalist een beetje verlegen was. Dit kwam waarschijnlijk doordat met name Yvonne hier als een jonge, bekende en populaire Nederlandse kunstenaar is afgeschilderd! Wat natuurlijk waar is.
Jammer genoeg vindt er geen officiele opening plaats, maar morgenochtend is er nog wel een fotoshoot en een klein interview live op de Japanse televisie!
JAPAN – REIS geschreven door Phaedra Kwant
We zijn vertrokken!
Yvonne Boelens, Phaedra Kwant, Ellen ven Baren en Mark Raven zijn als Nederlandse vertegenwoordiging op de expositie in Japan.
4/5 september 2007
Probleemloze reis gehad. Alles op tijd, bagage meegekomen. Jammer alleen, dat na de eerste trip van Amsterdam naar Tokio Narita Yvonne’s koffer doorweekt bleek te zijn. En al haar kleding erin ook. Volgens het immer alleraardigst en behulpzaam personeel van Japan Airlines was dit de oorzaak van een onverwachte typhoon. Deze moet echter wel heel plaatselijk zijn geweest, want de rest van alle bagage was droog. We hebben ons vijf uur vermaakt op het vliegveld, voordat we naar Fukuoka vlogen. Ellen heeft een blitse roze camera gekocht, Yvonne en ik nog een tas op wieltjes, want alles wat je koopt moet je dragen!
Ook op het vliegveld ons eerste biertje (Nederlandse tijd 9 uur ’s ochtends!) en Japanse soep met stokjes genuttigd. Ellen dacht dat ze heerlijk vis had gekozen vanaf het plaatje, ik identificeerde het als eend, maar het bleek kip te zijn. Yvonne was tijdens haar noodle-soep blij dat de Japanse eet-etiquetten anders zijn dan de onze: slurpen mag.

Gearriveerd in Fukuoka, bleek dat we in een superchique hotel logeerden. Onze hippe kamer maar meteen vol gehangen met de vochtige was van Yvonne. Daarna genoten van biertjes en uiteraard Japanse mix in de veel-te-dure-en-cique-champagne-hotel-bar met Mark. Hij was al een dag eerder vertrokken en aangekomen in Fukuoka en logeert niet bij ons in het hotel. Met hem zijn we nog naar het bruisende hart van de stad gegaan. Half 1 ’s nachts en overal nog eettentjes op straat, superkleine cafeetjes overal, met vaak alleen een bar voor 10 personen maximaal. Flatgebouwen met op elke verdieping een cafe of club. En, lekker cliche, behoorlijk veel aangeschoten zakenmannen met aan hun arm nog dronkener mooie jonge dames. Zelfs jenevertranen, of liever sake-tranen, gezien.
Uiteindelijk terechtgekomen in de Nikka bar, alwaar we getuige waren van een staaltje correctheid en precisie, waar menig Hollandse bartender behoorlijk veel van kan leren. Ongelooflijk, wat werden die drankjes met veel zorg en aandacht gemaakt. Bijna niet uit te leggen.
Later als een blok in slaap gevallen in onze prachtige hotelkamer inclusief kimono!